vrijdag 21 juli 2017

Oost en west: Fenomenologie als brug?

Aandacht voor oosterse religies wordt ten onrechte verdacht gemaakt als syncretisme. Het gaat er niet om dat we één religie moeten worden. Dat zal nooit gebeuren, net zo min als dat alle talen één worden. Esperanto is een droom. Waar het om gaat is dat we elkaars religie niet alleen respecteren, maar ook zien als een deel van de waarheid. Die onuitputtelijk is. Het christendom heeft altijd geput uit andere culturen en levensbeschouwingen. Van de Griekse filosofie tot en met het liberalisme, het socialisme en nu dan de oosterse renaissance. Aandachtig leven bijvoorbeeld is niet iets wat uit de bijbel komt (afgezien van een enkele passage uit de bergrede over zorgen van morgen), maar uit de monastieke traditie die toch echt uit India afkomstig is. De eerste kloosters en monniken kwamen uit India, net als de eerste missionarissen. Zij hebben die mystieke traditie naar Griekenland gebracht via Pythagoras en Plato, en later de Essenen, die ook wortels hebben in het oude Egypte en Perzië. De globalisering is een nieuwe fase in de geschiedenis waarin we opnieuw moeten leren van de context. Die context wordt nu intercultureel karakter door de globalisering. Het is niet zo dat we de joods-christelijke traditie overboord moet gooien ten gunste van het boeddhisme. We moeten die juist inzetten in het interreligieuze debat. Want het joodse denken is totaal anders dan het oosterse. ze zijn echter geen water en vuur, maar yin en yang. Waar het Oosten de nadruk legt op naar binnen gaan (psychologie), legt het jodendom de nadruk juist op het naar buiten gaan (sociologie). In het Oosten is God in ons, in het Westen buiten ons. Dat geldt ook voor de ander. In het Jodendom is het 'niet goed dat de mens alleen is', in het Oosten is dat het doel (monastieke houding) omdat deze wereld maya is. In de westerse filosofie komt die idealistische zelfgerichtheid ook voor als 'ik denk dus ik ben'. Dat is iets heel anders dan de benadering van de bijbel die de nadruk legt op het dialogische. Beide perspectieven zijn echter extremen die elkaar nodig. Zoals Heidegger zegt: het wezen is van de dingen is aandacht, maar ook relatie. Zie de vertaling van Madsbjerg over betekenisgeving. Hij legt goed uit dat het in de fenomenologie niet gaat om navelstaren, maar om er op uit trekken. Al is dat meer het geval bij Heidegger dan bij Husserl. Ja, misschien kan de fenomenologie een brugfunctie vervullen met haar mantra: het wezen van de werkelijkheid is relatie. In feite wordt dat ook gezegd door het boeddhisme. Alleen moet die af van de wereld als maya en een meer westers perspectief innemen. Het perspectief van een 'hinjew'.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten